Onderzoek LifeSight: Nederlandse werknemers onvoldoende voorbereid op herziening pensioenstelsel door laag kennisniveau en keuzestress

Werknemers die pensioen opbouwen bij hun werkgever zijn onvoldoende in staat om de juiste keuzes te maken op het gebied van pensioenen. Dit blijkt uit een groot onderzoek van LifeSight, de PPI van Willis Towers Watson. Nederland beweegt in een fluctuerend tempo richting de herziening van het pensioenstelsel waarbij op middellange termijn werknemers naar verwachting een individueel pensioenvermogen zullen opbouwen en zo meer keuzevrijheid krijgen ten opzichte van de huidige pensioenregelingen. Dit zorgt voor keuzestress en risicomijdend gedrag zo blijkt uit dit Nederlandse onderzoek onder meer dan 2000 werknemers bij grotere bedrijven. Pensioendeelnemers moeten keuzes maken over bijvoorbeeld risicobereidheid en beleggingen, terwijl uit het onderzoek blijkt dat een op de drie ondervraagden vindt dat zijn kennisniveau onvoldoende is. Het onderzoek laat ook zien dat de bereidheid om geld apart te zetten voor pensioenen laag is onder Nederlandse werknemers en dat ze verkeerde keuzes maken, of juist het maken keuzes willen vermijden.

Gebrek aan kennis
Meer dan een derde (38%) van alle respondenten zegt weinig of geen kennis te hebben van hoe ze het beste geld apart kunnen zetten voor pensioen. Binnen deze groep is ook een deel zich ervan bewust dat hun kennis veel ruimte biedt voor verbetering. Dit gebrek aan kennis hangt in grote mate samen met het gebrek aan vertrouwen dat respondenten hebben in bronnen van financiële informatie. De uitkomsten van het onderzoek geven aan dat in bijna een kwart (23%) van de gevallen besluiteloosheid ten aanzien van geld apart zetten voor pensioen wordt veroorzaakt door gebrek aan kennis en/of informatie. Tegenstrijdig lijkt de uitkomst dat 46% vertrouwen zegt te hebben in hun eigen oordeel over financiële beslissingen, 44% denkt te weten welke vragen ze moeten stellen en 55% weet wanneer een financieel aanbod te mooi is om waar te zijn. Edwin van den Oever, managing director van LifeSight Nederland: “Ons onderzoek laat zien dat op doelgroepen afgestemde communicatie de betrokkenheid en kennis van werknemers kan vergroten. Dit stelt mensen in staat om vanuit meer inzicht en begrip, makkelijker keuzes te maken.”

Werkgever belangrijkste schakel in verhogen kennisniveau
Vooral de werkgever heeft een belangrijke rol om informatie op de juiste wijze bij de werknemer te krijgen. Het gebrek aan kennis hangt in grote mate samen met het gebrek aan vertrouwen dat respondenten hebben in bronnen van financiële informatie. Opvallend is daarbij dat slechts 13% kennis haalt bij de werkgever en dat maar 7% dat als ‘meest betrouwbaar’ ziet. “Hier is veel te winnen”, aldus Van den Oever. “Werkgevers hebben een sleutelrol om het kennisniveau van werknemers te vergroten en ze meer betrokken te maken.”

Uit een eerder onderzoek van Willis Towers Watson bleek al dat 30% van de werkgevers vindt dat de informatieverstrekking via hen moet verlopen. In het LifeSight-onderzoek zijn de respondenten opgedeeld in vijf groepen -persona’s- variërend van extreem risicomijdend tot zeer bewust handelende werknemers die uitvoerig plannen. Iedere groep vereist volgens Van den Oever een andere benadering: “Als een werkgever weet tot welke ‘soortgroep’ zijn werknemer behoort, is het mogelijk de communicatie en bepaalde oplossingen daarop af te stemmen. Een werkgever en pensioenuitvoerder kunnen op die manier werknemers helpen, informeren en meer betrokken maken met het geld opzij zetten voor later. In het algemeen geldt dat het als wenselijk wordt gezien om het keuzeproces gebruikersvriendelijk te maken en zo gedrag te stimuleren dat past bij het risico- en ambitieniveau van de groep(en).”

Pensioen is in essentie ‘sparen’ voor later. De helft (51%) van de respondenten geeft aan zich in geringe of meerdere mate zorgen te maken over het langetermijnsparen en 43% van de respondenten denkt ook dat hun langetermijnzorgen zich niet vanzelf oplossen en dat zij zelfs niet in staat zijn zichzelf te onderhouden. “Dat is zorgelijk”, aldus Van den Oever. Naast hun pensioenen zetten mensen gemiddeld 3% minder per jaar weg voor later dan ze vinden dat ze moeten sparen (6% tegenover de ideale 9% van het salaris). Van den Oever: “Dit zijn relatief lage percentages, maar uitgedrukt in geld worden ze veel significanter. Iemand die per jaar EUR 2.200 spaart, zou eigenlijk EUR 3.300 moeten sparen.”

Meer keuzevrijheid kan leiden tot besluiteloosheid
Individuele potjes in de huidige collectieve pensioenregelingen en de toekomstige vervanger van het huidige pensioencontract gaan hand in hand met (meer) keuzevrijheid. 20% tot 25% van de respondenten vindt dat er te veel keuzeaanbod is in sparen voor pensioen, banksparen of lijfrente en sparen. Van den Oever: “Het probleem is dat het kennisniveau volgens de ondervraagden zelf ontoereikend is en het niet gemakkelijk is om vanuit een totaal inzicht goede keuzes te maken. Wij verwachten dat advies en begeleiding ondersteund door de nieuwste techniek een grote rol gaat spelen in de oplossing van dit probleem.” Uit het onderzoek blijkt dat voordat mensen hun keuze maken, ze gemiddeld van plan zijn om drie financiële producten te bekijken voor de korte termijn en vier producten voor de lange termijn. Gezien eerder onderzoek waarin het gebrek aan ‘rondkijken’ bij financiële diensten naar voren kwam, zijn dergelijke cijfers een gezond streefniveau. “De wens om rond te kijken moet echter niet verward worden met een voorkeur voor veel keuzemogelijkheden. Te veel keuze en complexiteit kunnen leiden tot besluiteloosheid”, vult Van den Oever aan.

Pensioendiscussie
De discussie over een nieuw pensioensysteem waarbij sprake is van individuele pensioenvermogens in plaats van de huidige Defined Benefit (DB) systemen wordt op dit moment gevoerd door politiek, werkgevers (VNO NCW) en werknemers (vakbonden). De vraag is of zij op korte termijn tot een fundamenteel nieuw pensioencontract komen. Voor de middellange termijn verwacht LifeSight dat de scheidslijn tussen de Defined Benefit (DB) en Defined Contribution (DC) steeds meer zal vervagen. Van den Oever: “Ik vraag me af of het verschil in persoonlijk pensioenvermogen bij een fonds en een eigen potje in een DC-regeling nog wel relevant is. Uit ons onderzoek blijkt dat een pensioendeelnemer het verschil tussen een (persoonlijk) pensioenvermogen bij een fonds en een eigen potje in een DC regeling ook niet duidelijk ziet en de vraag is dus of dat erg is.” LifeSight vindt dat de oplossing bedacht moet worden op basis van het centraal stellen van de wensen, kenmerken en het gedrag van de mensen waar het pensioen voor wordt opgebouwd en uitgekeerd.